Actueel
Onderzoek: deze bloedwaarden zie je vaak bij mensen die 100 jaar worden
Waarom de één zonder grote problemen de leeftijd van 100 jaar haalt en een ander niet, blijft een fascinerende vraag. Toch lukt het onderzoekers steeds beter om patronen te ontdekken. Uit een groot onderzoek onder tienduizenden mensen blijkt dat bepaalde bloedwaarden opvallend vaak voorkomen bij personen die uiteindelijk de mijlpaal van 100 jaar bereiken.
En het gaat niet om ingewikkelde genetische testen, maar om gewone bloedonderzoeken die veel mensen al vanaf hun middelbare leeftijd laten doen.

Waarom sommige mensen gemakkelijker 100 worden
Het aantal honderdjarigen is de afgelopen decennia sterk toegenomen. Betere gezondheidszorg, veiligere werkomstandigheden, medicijnen, aandacht voor voeding en beweging: allemaal factoren die bijdragen aan een langere levensverwachting.
Toch blijft er één belangrijke vraag: wat onderscheidt de mensen die daadwerkelijk 100 worden van leeftijdsgenoten die eerder overlijden?
Onderzoekers uit Zweden besloten dat niet alleen te bekijken via leefstijl, maar vooral via iets heel concreets: de bloedwaarden van tienduizenden mensen, gevolgd over tientallen jaren.

Groot onderzoek naar bloedwaarden en hoge leeftijd
Voor het onderzoek werden 44.637 inwoners van de regio Stockholm gevolgd, geboren tussen 1893 en 1920. Tussen 1985 en 1996 lieten zij routinematig bloed prikken.
-
De deelnemers waren toen tussen de 64 en 99 jaar oud.
-
Vervolgens werden ze tot 35 jaar lang gevolgd via gezondheidsregisters.
-
Uiteindelijk bereikten 1.224 mensen de leeftijd van 100 jaar.
Opvallend: meer dan 84 procent van deze groep bestond uit vrouwen. Dat sluit aan bij het bekende beeld dat vrouwen gemiddeld langer leven dan mannen.
De centrale vraag van de
onderzoekers:
Stonden er in deze
bloedwaarden al vroeg signalen die voorspelden wie de grootste kans
had om 100 te worden?
Het antwoord: ja – en verrassend duidelijk ook.

De 10 bloedmarkers die opvallen bij honderdjarigen
De onderzoekers bekeken twaalf veelgebruikte bloedwaarden. Tien daarvan bleken sterk samen te hangen met de kans om 100 te worden. Het ging onder andere om:
-
Glucose (bloedsuiker)
-
Creatinine (maat voor nierfunctie)
-
Urinezuur
-
Leverwaarden zoals GGT, ALP, ASAT en LDH
-
Cholesterol
-
Albumine (heeft onder meer te maken met voedingsstatus)
-
IJzer en TIBC (ijzerbindende capaciteit)
Belangrijk daarbij: het ging niet om perfecte, “ideale” waarden, maar vooral om het vermijden van uitersten. Zowel heel hoge als heel lage waarden bleken minder gunstig.
Rustige, gemiddelde waarden als rode draad
Bijna alle honderdjarigen bleken rond hun 60e en 70e vrij stabiele, gemiddelde bloedwaarden te hebben. Geen grote uitschieters, geen sterke verhogingen, maar een rustig en evenwichtig beeld.
Met andere woorden: hun lichaam leek al op middelbare leeftijd relatief in balans te zijn.
Bloedsuiker, nieren en ontstekingswaarden
Een van de duidelijkste patronen ging over de bloedsuiker en nierfunctie.
Glucose, creatinine en urinezuur
Honderdjarigen hadden gemiddeld:
-
Lagere en stabiele glucosewaarden – dus een gezonde bloedsuikerspiegel.
-
Lage creatininewaarden – een signaal dat de nieren het goed deden.
-
Lagere urinezuurwaarden – wat samenhangt met de algemene stofwisseling.
Zo kwam een glucosewaarde boven ongeveer 6,5 mmol/l al op middelbare leeftijd nauwelijks voor bij de latere honderdjarigen. Ook heel hoge creatininewaarden waren in deze groep zeldzaam.
Lever en ontsteking
Leverwaarden als ASAT, LDH, ALP en GGT bleken ook veel te zeggen over de kans op een lang leven. Lagere waarden hingen vaak samen met:
-
een minder zwaar belaste lever
-
minder ontstekingsactiviteit in het lichaam
-
een stofwisseling die minder onder druk staat
Kort gezegd: hoe rustiger het lichaam op de achtergrond draait, hoe groter de kans dat het dat lang volhoudt.

Cholesterol: niet extreem laag, niet extreem hoog
Een uitkomst die in het oog springt, gaat over cholesterol. In dit onderzoek hadden mensen met een wat hoger totaal cholesterol op oudere leeftijd juist een grotere kans om 100 te worden.
Dat lijkt in tegenspraak met moderne richtlijnen, waarin vaak wordt gestreefd naar lagere waarden. Tegelijkertijd sluiten de resultaten aan bij eerdere observaties dat bij zeer oude mensen een te laag cholesterol ook ongunstig kan zijn. Dat kan bijvoorbeeld wijzen op ondervoeding of een kwetsbare algemene gezondheid.
Belangrijk is daarom vooral de nuance:
-
niet extreem hoog
-
maar zeker ook niet extreem laag
-
en stabiel over langere tijd
Balans blijkt opnieuw het sleutelwoord.
IJzer: tekort is duidelijk ongunstig
Ook bij ijzer zagen de onderzoekers een duidelijke lijn. Mensen met erg lage ijzerwaarden bleken een kleinere kans te hebben om 100 te worden.
Een zeer hoog ijzergehalte kan óók nadelen hebben, maar in dit onderzoek viel vooral op dat juist een tekort op oudere leeftijd sterk samenhing met een lagere levensverwachting.
Ook hier gaat het dus om een gezonde middenweg: ijzerwaarden die niet doorschieten naar één van beide uitersten.

Levensstijl, genen of gewoon geluk?
Bloedwaarden laten zien hoe het lichaam functioneert, maar ze vertellen niet precies waarom die waarden zo zijn.
Waarschijnlijk spelen meerdere factoren mee:
-
erfelijke aanleg
-
voeding en drinken
-
beweging en algehele metabole gezondheid
-
afwezigheid van ernstige gezondheidsproblemen
De onderzoekers benadrukken dat er altijd een element van geluk blijft bestaan. Niet alles is maakbaar. Wel viel op dat de verschillen in bloedwaarden al tientallen jaren vóór het overlijden zichtbaar waren. Dat wijst erop dat zowel leefstijl als aanleg langdurig invloed hebben.
Wat kun je zelf met deze inzichten?
Deze studie is geen handleiding om zelf aan je bloedwaarden te “sleutelen” of ze zo snel mogelijk te verlagen of te verhogen. De belangrijkste lessen zijn juist verrassend nuchter en praktisch.
1. Stabiele, gemiddelde waarden zijn gunstig
De honderdjarigen hadden geen perfecte bloedwaarden, maar:
-
niet te hoog
-
niet te laag
-
weinig schommelingen
Een rustig en stabiel lichaam lijkt dus beter bestand tegen de tand des tijds.
2. Een gezonde bloedsuikerspiegel is belangrijk
Lagere en stabiele glucosewaarden hangen duidelijk samen met een grotere kans op een lang leven.
Daarbij helpen onder meer:
-
gevarieerde, vezelrijke voeding
-
voldoende beweging
-
matig omgaan met suiker en sterk bewerkte producten
3. Let op nierfunctie en leverwaarden
Creatinine en urinezuur zeggen veel over de conditie van de nieren en de stofwisseling.
Ook leverwaarden als GGT, ALP en ASAT zijn belangrijke signalen. Een gezonde leefstijl met weinig overmatige belasting (zoals veel alcohol of zeer vet eten) sluit goed aan bij de rustige bloedwaarden die vaak bij honderdjarigen worden gezien.
4. IJzer en voeding in balans houden
Zeker op latere leeftijd kan een ijzertekort ongunstig zijn. Een gevarieerd voedingspatroon met voldoende eiwitten en micronutriënten helpt om belangrijke waarden, waaronder ijzer, binnen een gezond bereik te houden.

De kracht van kleine, consistente keuzes
De rode draad uit het
onderzoek is helder:
Je hoeft niet perfect te
zijn, maar wel in balans.
Gezond eten, voldoende bewegen, goed slapen, matig zijn met alcohol en regelmatig een controle bij de huisarts – dat zijn precies de gewoontes die aansluiten bij de bloedprofielen die vaak bij honderdjarigen worden gezien.
Hoe eerder in het leven deze waarden binnen een gezond bereik liggen, hoe gunstiger de vooruitzichten op de lange termijn. Het is geen garantie, maar wél een duidelijke richtingaanwijzer.
Denk je na over je eigen gezondheid of maak je je zorgen over je bloedwaarden? Bespreek dit dan altijd met je huisarts of behandelend specialist. Samen kunnen jullie bekijken welke stappen voor jou passend en veilig zijn – nu én met het oog op de toekomst.
