Actueel
Pas op met restjes: deze 7 voedingsmiddelen kun je beter niet opnieuw opwarmen
Een restje van gisteren opwarmen is voor veel mensen de normaalste zaak van de wereld. Het is gemakkelijk, bespaart tijd én helpt voedselverspilling te verminderen. Toch is het niet altijd zonder risico om eten opnieuw op te warmen. Sommige producten veranderen qua samenstelling als ze afkoelen en later weer worden verhit. Ook kunnen bepaalde soorten gerechten een ideale omgeving zijn voor bacteriën als ze te lang buiten de koelkast blijven of niet goed worden bewaard.
Dat zie je vaak niet aan de buitenkant. Het eten ruikt normaal en ziet er prima uit, maar kan je lichaam toch flink belasten. In sommige gevallen kan dat leiden tot maag- en darmklachten, zoals misselijkheid of buikpijn. Daarom is het goed om te weten welke voedingsmiddelen extra aandacht verdienen als je restjes wilt bewaren en later opnieuw wilt opwarmen.
Hieronder lees je welke zeven soorten voeding je beter niet of alleen heel zorgvuldig opnieuw kunt opwarmen, en hoe je er veilig(er) mee omgaat.

1. Aardappelen: snel afkoelen en koel bewaren
Gekookte of gebakken aardappelen lijken onschuldig, maar juist deze klassieker staat bekend als product waar je voorzichtig mee moet zijn. Laat je aardappelen na het koken lang op kamertemperatuur staan, dan kunnen er ongewenste bacteriën groeien.
Wil je aardappelen later opnieuw opwarmen?
-
Laat ze dan niet uren op het aanrecht staan.
-
Schep ze zo snel mogelijk in een ondiepe schaal.
-
Zet ze binnen één tot twee uur in de koelkast.
Verwarm de aardappelen bij een tweede keer rustig en gelijkmatig, bijvoorbeeld in de oven of in een pan, totdat ze overal goed dampend heet zijn. Twijfel je over de geur of structuur? Gooi ze dan liever weg.

2. Kip: goed door en door verhitten
Kip is extra gevoelig voor bederf. Niet alleen rauwe kip, maar ook gaar bereide kip kan bij onjuiste bewaring een bron worden van bacteriën. Daarnaast veranderen de eiwitten in kip als je het meerdere keren verhit en afkoelt. Dat kan ervoor zorgen dat je maag en darmen er minder goed op reageren.
Wil je kip veilig opnieuw opwarmen:
-
Bewaar het gerecht na het koken snel in de koelkast, liefst in een afgesloten bakje.
-
Zet het niet langer dan één à twee dagen weg als restje.
-
Verwarm kip altijd volledig door: niet alleen de buitenkant, maar ook het midden moet goed heet zijn.
Een handige richtlijn is dat kip minimaal tot ongeveer 75 graden Celsius moet worden verhit. Heb je geen thermometer, let dan op: het vlees mag nergens meer roze zijn en er moet duidelijk stoom afkomen.

3. Eieren: niet te vaak verhitten
Gekookte eieren, omelet of roerei zijn lekker als ontbijt of door een maaltijd, maar minder geschikt om meerdere keren opnieuw te verhitten. Door telkens weer opwarmen en afkoelen kan de structuur veranderen en kunnen er ongewenste stoffen ontstaan. Bovendien worden eieren bij een tweede keer opwarmen vaak droog, rubberachtig en minder smakelijk.
Een paar tips:
-
Eierresten liever koud eten (bijvoorbeeld door een salade) dan opnieuw opwarmen.
-
Bewaar gerechten met ei altijd goed afgedekt in de koelkast.
-
Twijfel je of een ei-gerecht te lang heeft gestaan? Neem dan het zekere voor het onzekere.

4. Bladgroenten met nitraat, zoals spinazie
Bladgroenten zoals spinazie, andijvie en sommige slasoorten bevatten van nature nitraat. Dat is op zichzelf geen probleem, maar bij herhaald opwarmen kan nitraat omgezet worden in nitriet. In grotere hoeveelheden wordt dat als ongunstig gezien voor je gezondheid.
Daarom is het verstandig om:
-
Bladgroenten bij voorkeur direct na bereiding op te eten.
-
Restjes met veel groene bladgroenten niet nog eens opnieuw op te warmen, zeker niet voor jonge kinderen.
-
Groenten snel af te koelen en in een afgesloten bakje in de koelkast te bewaren als je toch een restje overhoudt.
Je kunt bladgroenten eventueel koud verwerken in een salade of door een gerecht, in plaats van ze nog een keer te verhitten.

5. Rijst: let op met bewaren en opwarmen
Rijst is een populair onderdeel van veel maaltijden, maar staat ook bekend als product waar je zorgvuldig mee om moet gaan. In rijst kunnen sporen van een bacterie voorkomen die bij onjuiste bewaring kan uitgroeien en stoffen kan produceren die je maag en darmen flink kunnen belasten.
Zo ga je verstandig om met gekookte rijst:
-
Koel rijst zo snel mogelijk na het koken af. Laat de pan niet langdurig op het fornuis staan.
-
Schep de rijst in een ondiepe schaal of bewaarbakje en zet het binnen één uur in de koelkast.
-
Bewaar rijst maximaal één tot twee dagen.
-
Verwarm rijst bij een tweede keer goed door tot hij overal dampend heet is.
Blijft er daarna nog iets over? Gooi het dan weg en warm rijst niet nog een derde keer op.

6. Paddenstoelen: gevoelig voor temperatuurwisselingen
Paddenstoelen bevatten veel water én eiwitten. Dat maakt ze gevoelig voor bederf als ze na bereiding lang buiten de koelkast blijven staan. Ook hier geldt: hoe vaker je ze afkoelt en weer verhit, hoe groter de kans dat de kwaliteit achteruitgaat en dat je maag en darmen het minder prettig vinden.
Wil je een gerecht met paddenstoelen bewaren:
-
Laat het niet uren op kamertemperatuur staan.
-
Koel het snel terug en bewaar het in een afgesloten bakje in de koelkast.
-
Warm paddenstoelen slechts één keer opnieuw op en zorg dat de temperatuur minimaal rond de 70 graden Celsius komt.
Merk je dat paddenstoelen slijmerig zijn, vreemd ruiken of verkleuren? Dan zijn ze niet meer geschikt om te eten.
7. Aziatische afhaalmaaltijden met rijst of noedels
Restjes van afhaalmaaltijden zijn verleidelijk: even in de magnetron en je hebt snel eten op tafel. Toch is het verstandig om hiermee op te letten, vooral als het gerechten zijn op basis van rijst of noedels. Die bevatten vaak dezelfde gevoelige componenten als gewone rijstgerechten in combinatie met sauzen, groenten en soms vlees of kip.
Waar je op kunt letten:
-
Laat de maaltijd na thuiskomst niet onnodig lang buiten de koelkast staan.
-
Bewaar wat over is direct in de koelkast als je het niet meer diezelfde avond opeet.
-
Warm het restje slechts één keer opnieuw op en eet het daarna volledig op.
Kun je niet meer precies herinneren hoelang het bakje al in de koelkast staat of ziet het er niet meer fris uit? Dan is weggooien verstandiger dan opwarmen.

Algemeen: zo ga je veilig om met restjes opwarmen
Naast deze zeven voorbeelden zijn er een aantal algemene richtlijnen die je altijd kunt gebruiken als je eten opnieuw wilt opwarmen:
-
Koel snel af: laat gekookte gerechten niet langer dan één à twee uur buiten de koelkast staan.
-
Gebruik platte schalen: zo koelt het eten gelijkmatiger en sneller af.
-
Bewaar in schone bakjes: bij voorkeur goed afsluitbaar.
-
Let op de bewaartijd: de meeste restjes kun je één tot drie dagen in de koelkast bewaren.
-
Verwarm gelijkmatig: zorg dat het gerecht overal goed heet wordt, niet alleen aan de buitenkant.
-
Vertrouw op je zintuigen: ruikt of oogt iets niet goed, of twijfel je? Neem dan liever geen risico.

Tot slot
Restjes opwarmen kan prima passen in een gezonde en duurzame leefstijl. Je verspilt minder eten, bespaart tijd en geld en hebt toch snel een maaltijd op tafel. Maar een aantal voedingsmiddelen – zoals aardappelen, kip, eieren, bladgroenten, rijst, paddenstoelen en bepaalde afhaalmaaltijden – vragen om extra aandacht.
Door gerechten snel af te koelen, goed gekoeld te bewaren en slechts één keer opnieuw op te warmen, verklein je de kans op klachten aanzienlijk. Twijfel je over de veiligheid van een gerecht of hoor je tegenstrijdige adviezen? Raadpleeg dan een betrouwbare gezondheidsorganisatie of bespreek het met een deskundige. Zo kun je met een gerust gevoel genieten van je restjes, zonder onnodige zorgen aan de eettafel.
